ArtPerformer


Go to content

Daniel Du Four

Literature

De Kluizenaar en de Bankier.
Er was eens een kluizenaar, die zocht naar een warm nest, want - weet je - kluizenaars leven niet allemaal onder een brug, of in een karton aan de dorpel van een verlaten huis, of op een deken in een of ander station. De kluizenaar die ik heb gekend, was destijds een beursgoeroe, een gevierd internet-belegger. Voor hem gingen zijn aanbidders plat, omdat ze van hem een tip van de sluier wilden, teneinde ook zo succesvol te zijn in internet-beleggen. Casino's en paleizen stonden wijd voor hem open; men moest zich reppen om een ticket te kopen als hij ergens een voordracht gaf. Hij schudde graag handen als een volleerd politicus; hij genoot van de spotlights, en uit de financiële kronieken was hij niet weg te denken, telkens hij dweepte met zijn strategie en visie. De Groten der Aarde vertoefden wat graag bij hem. Vooral politici poetsten, als ze met hem voor de camera's poseerden, wat al te graag hun tanden en blazoen op, teneinde hun imago te zien rijzen als was hij de Ster van Bethlehem zelve. Helaas was Jezus toen ook in een kribbe geboren; in een stal met hartverwarmende dieren midden de Herderkens en de Drie Koningen. En als we 't Bijbels tafereel elk jaar bij onze haarden herdenken, of met commerciële ogen benaderen of met lede ogen ondergaan... er was ook aan Die Stal géén deurtje aan.
Ook voor de beursgoeroe scheurde de Hemel plots helemaal open toen zijn rijzende ster ineens kwam stil te staan, en, vóór hij het goed besefte, in één fractie van een seconde, met één toets op 't klavier te ver tussen aankoop en verkoop, werd hij plots kluizenaar, en was het heelal plots een vallende ster rijker. Een gebroken man zonder onderdak, hopeloos en onmetelijk veel geld armer. Hij was géén jetsetfiguur meer, en had geen rooie duit meer op zak. Zijn bankrekening was leeggeroofd, en ook zijn vrouw was er vandoor. Zijn villa's, vliegtuig en boot werden in beslag genomen en openbaar verkocht. Niets mocht nog baten, hij was een illusie rijker, en oneindig veel familie en zogenaamde vrienden armer. De Groten der Aarde kenden hem plots niet meer nadat ze in eerste instantie hun gal over hem in de media hadden gespuwd. Politici sprongen helaas niet voor hem in het vuur, en zélfs de pastoor van de stad waar hij gewoond had, hield stijf de lippen op elkaar zodat hij toch geen collecte voor hem zou moeten houden.
Behalve op een nacht, toen hij langs straten en pleinen weer liep; de gezellige huizenrijen begluurde en om menselijke en huiselijke warmte riep...
Hij was intussen al een tijdje geen beursgoeroe meer, maar kluizenaar. Elke deur, elke poort van de stad had hij aangeraakt; hij had naar vriendschap gezocht, en gebedeld aan elke bel van de stad, maar niemand wilde hem helpen of herkennen. Enkelen waren beschaamd wegens gebrek aan passende troostende woorden; velen - omdat ze hem blindelings als beleggers hadden gevolgd - hadden geen meelij want ook zij hadden grote sommen vergokt en verloren; anderen vervloekten hem als de pest omdat er nu écht geen achterpoortjes zijn aan een baissetrend op de beurs; sommigen hadden stiekem uit afgunst immer gehoopt dat ooit een beurscrash hem een lesje zou leren en zo zijn luxeleven zou kelderen, zodat ze fier waren om met grote zwier te poneren dat zij wél de neergang hadden zien aankomen.
Arme kluizenaar toch ! Hij werd van het kastje (of kluisje) naar de muur gezonden. Vele malen werd hij beschimpt, gekrenkt en verstoten, zélfs in de straatgoot geschopt als een hond. Hij sukkelde bijna het hoekje om toen de bankier hem vond.
Die nacht was zijn oude bankier weer op ronde. De bankier was er één uit de duizend, nog één uit het goede hout gesneden. Een sociale figuur in de stad. Hij gaf hem die bankkaart-deuropener, zodat de kluizenaar 's nachts in de lokettenzaal in de warmte kon vertoeven tot het ochtendgloren. De kluizenaar wachtte dààr af tot de morgenstond, ondanks het nachtelijk verloop van bankklanten, die de kluizenaar zijn onrustige nacht toch nog gunden omdat ze eigenlijk zeker waren dat hij dan niet voor hùn huis op de dorpel zou slapen. ' t Was beter dan niets, en de goede bankier - zo noemden de mensen hem in de stad - zorgde telkens voor een paar dekens, een avondmaal en een ontbijt. En soms liet hij zelfs zijn liefste huisdier een nachtje bij de kluizenaar als verwarmend gezelschap.
De bankier zelf was nooit vergeten dat hij ooit dankzij de ex-beursgoeroe grote carrièresuccessen had behaald, omdat zijn toenmalige klant destijds al zijn beurswinsten bij zijn bank had belegd. De bankier wist dat roem zo vergankelijk is. Hij had dit ooit eerder van zijn eigen moeder gehoord, toen hij destijds promoveerde : "Wees en blijf altijd jezelf, zei ze, want zet men je ooit op het hoogste podium, weet dan dat het snel en diep vallen kan zijn". De bankier had dat altijd goed onthouden, en had steeds gezorgd dat zijn hart altijd open stond voor iedereen die behoefte had aan een fikse huilbui of een gemoedelijke babbel, naast het verstrekken van adviezen op bancair vlak. De bankier maakte immer tijd voor zijn medemens. Niet om hun vertrouwen te kunnen winnen met het oog op zaken doen, maar wel omdat hij telkens wilde investeren in mensen en in tijd. De bankier was jarenlang erg populair in de stad : men vroeg hem voor voordrachten, men gaf hem voorname posten in verenigingen. Hij was een mens van vlees en bloed, net als alle andere mensen die oog hebben voor hun medemens.
Zo leefden de bankier en de kluizenaar een hele tijd verder, en het leven van de kluizenaar werd met de dag beter omdat hij bij het ochtendgloren de positieve energie ontving, die zijn geest en lichaam weer in balans bracht. En op een dag toen de hemel erg helder stond en de zon overvloedig scheen, was er een goede boodschap voor de kluizenaar : een lieve dame schonk hem een dak boven het hoofd; ze trouwden en hadden nog zeven kinderen, en ze leefden nog lang en gelukkig samen.
De lijfspreuk van de bankier was waarheid geworden : "Het grootste voordeel aan vallen, is de kans met gretige handen grijpen om te willen en te kunnen rechtop komen."
Ook de bankier en zijn gezin leefden nog harmonieus en gelukkig.
© 25-12-2000, Daniel Du Four, Auteur erkend bij SABAM onder nr. AII10356.


Back to content | Back to main menu