Poetry
Mijn méértalig jeugdbundel "Van Jongsaf..." werd privé uitgebracht in 1980, en betekende voor mij een afsluiting van mijn jeugd als 25-jarige. Ik leerde een paar maanden later mijn aanstaande "Lieve" kennen. (Exemplaren nog via mail bestelbaar à 5 euro en per post u toegezonden.
"Van Jongsaf..." was een chronologische selectie van poëzie en proza, verlucht met afbeeldingen van mijn schilderijen.
Dit dichtbundel werd opgedragen "in memoriam" aan Marie-Ange, mijn tè jong overleden zus (°01-05-1951, +17-02-1963). Dit feit legde een stempel op mijn leven en opvoeding. Het heeft jaren geduurd eer ik dit levensdrama een juiste plaats in mijn leven kon geven.
Met mijn 50° verjaardag, (24-03-2005), brak een nieuwe periode aan. Nog eens zo'n intiem moment om even achterom te kijken, en dan te plannen voor de toekomst. Mijn dierbaarste familie en vrienden werden uitgenodigd op een leuk interactief feest, dat werd verlucht met poëzie, zang en optreden van o.a. onze 4 kinderen. Er was plaats voor emoties, en het deed écht deugd alle dierbare aan het hart te drukken. Een paar dierbaren zijn intussen overleden, doch zij lieten ook hun watermerk achter op deze creatieve website. We staan open voor veel veranderingen, open voor deze multiculturele wereld rondom ons. Daarom is er ook deze website nu, die zowel aanleunt bij het verleden als bij het uitkijken naar wat de toekomst aan verrassingen in petto heeft. Jullie die hieraan meewerken moge het allen héél goed voor de wind gaan !
Genegen,
Daniel Du Four
Vrienden zijn.
Omdat we vrienden zijn,
hebben we elkaar nooit verlaten.
Zoals de bloemen zijn,
lachen we tesamen.
En als we bang zijn,
schuilen we dicht bijeen.
Maar als we fout zijn,
ruziën we samen.
Soms als we verdriet hebben,
wenen we tegaar.
Omdat we verliefd zijn,
beminnen we elkaar.
Omdat we moeten leven,
werken we samen.
Omdat we kruinen van bomen zijn,
wuiven we naar elkaar.
Omdat we buren zijn,
steken we elkaar een handje toe.
Omdat we sprookjes zijn,
dromen we samen.
Omdat we mensen zijn,
pogen we échte vrienden te blijven.
© 1980: gedicht: Daniel Du Four.
Liefde.
Liefde stelt geen vragen....Liefde kan je dragen
Liefde kan je brengen...Liefde elke dag verlengen
Liefde komt vanbinnen...Liefde om je te winnen
Liefde kan je sturen....Liefde krijg je uren
Liefde kleeft spontaan...Liefde nooit gedaan
Liefde onbaatzuchtig...Liefde ook zo luchtig
Liefde onverwacht...Liefde nooit gedacht
Liefde van je hartje....Liefde soms, verward je
Liefde al eens kluchtig...Liefde oh zo vluchtig
Liefde ebt en vloeit...Liefde goed bedoeld
Liefde in je handen...Liefde schept ook banden
Liefde op je lippen...Liefde om te strippen ?
Liefde als een zoen...Liefde om de roem !
Liefde om te geven...Liefde doet je beven
Liefde in je armen...Liefde zal verwarmen
Liefde om je lenden...Liefde die we kenden
Liefde is zo teder...Liefde komt steeds weder !
© 14/01/2008: gedicht: Daniel Du Four.
Van, voor en met.
Ze is volslagen gék van mij.
Ze kust me in de nek; is blij.
Ze zegt dat ze niet meer zonder kan.
Ze heeft het over “de liefde VAN haar man” !
Ze knippert op en néér naar mij.
Ze zwiert haar heupen rond voor mij.
Ze schreeuwt dat ze van me houden kan.
Ze heeft het over “de liefde VOOR haar man” !
Ze vliegt me om die hals van mij.
Ze springt dan écht zo zwoel rond mij.
Ze geeuwt dat ze weeral niet…slapen kan.
Ze heeft het over “de liefde MET haar man” !
© 09/10/2005: gedicht: Daniel Du Four.
© 26/03/2005: fotografie: Céline Du Four.
Camiel.
Al waaide de wind dan nóg zo krachtig.
Al straalde de zon dan nóg zo prachtig.
Al kolkten de baren nóg zo fel.
Al striemde de regen op je vel...
Je beukte met je fiets,
en het deerde je niets.
Je bezocht "oude mensen" op hun ziekbedje;
Hoewel jijzelf vaak véél jaartjes méér telde...
Zo hebben wij allen, jou gekend :
Als een immer goede vader, sterke vent.
Velen merkten dat je nooit sokken droeg.
Je was een man die ook nooit kloeg.
Voor mama Bertha had je eeuwige liefde.
Al 69 jaar waren jullie échtelieden.
Je had een groot hart voor je grote gezin,
Want allen gaven ze jouw leven zin.
Voor ons allen en voor zovele bekenden,
Was jij díe rots in de branding die elkeen kende.
Doorheen je loopbaan als bekende warme bakker,
Met een hart van koekenbrood, goudbruin gebakken.
Je wist ons allen elke dag te boeien.
Je leerde ons met àlle riemen roeien.
Je toonde dat je uit het sterkste hout gesneden was.
En dat je voor het Einde ... niet benauwd meer was.
Wij allen, je groot gezin en je dorpsgenoten,
Hebben samen een lange rit gelopen,
God heeft jou nu tot bij Hem geroepen.
Zo'n mooie mens zullen we steeds roemen.
Al waait de wind nu d' andere kant op.
Al schijnt de zon als een winterzon.
Al bonkt de zee wilder dan ooit.
Vergeten doen wij jou nooit !
© 21-11-2007: gedicht en fotografie: Daniel Du Four.
Lieve.
Als ik de regenboog kon nemen
die in je groen-blauwe ogen
de lieve woorden laten lezen
dat we in elkaar geloven...
Als ik de handen kon ontvouwen
die jouw hart omvatten
frele tedere gevoelens bouwen
die je ook bij mij wil vatten...
Als ik de fonteinen kon ledigen
die in je groen-blauwe ogen
feestende tranen naar buiten stoten
die onze geluksdorst bevredigen...
Als ik de lippen kon omhelzen
die je mondplooien omsluiten
de lieve woorden dan behelzen
die onze nauwe banden sluiten...
Als ik de winden kon draaien
die je blonde haren wuiven
op verre wegen, 't stof verstuiven
dat we achter ons verleden waaien...
DAN zal ik woorden in me nemen
om ze WEER aan jou te geven
want JIJ hebt me gegund
dat ik dàt alles heb gekund !
© 1980: gedicht en fotografie: Daniel Du Four.
Robert.
Beste Vriend Robert, je ging té plots naar de Overkant,
maar wij Geloven het, dat je vertoeft, aan Gods' rechterhand.
Zoals je was, bij leven, zal je ook Dààr elkeen verblijden;
Een Fijne Man, doordrongen van vreugde, en erg bescheiden;
Een bezorgde Vader en Opa, want je groot Gezin was de top;
Goede, trouwe Vriend, je hielp de ànderen steeds rechtop.
Daarom was je nooit moe, nooit kwetsend, steeds paraat,
want je hield van gezelligheid, in 't kwadraat,
Daarom beteken je zovéél, voor élk van ons, die je hier achter liet.
Zovele jaren van intense diepgang, lagen nog in 't verschiet.
Elk project kon jou zo boeien, en je gaf ons graag je visie.
Elke mens stond open, voor jouw intelligentie.
Elke goedheid in je karakter, heeft ons hart vervuld.
Elke herinnering aan jou, lieve Robert, want je was zo gul.
Als je op Zonnestralen, in de Hemel bent gekomen,
werd je warme mensenhart, vol van zovéle Dromen.
Als je op Wolken, naar Hierboven bent gedreven,
werd je gedragen, door jouw kracht van Geven.
Als je in de Vallei van Gods' Grote Liefde bent getogen,
werd je omhelsd, met éénieders' stralende ogen.
Als je Dààr nu, met Bloemengeuren bent ontvangen,
werd je getooid, met jouw wensen en verlangen.
Beste Vriend Robert, je ging té plots naar de Overkant,
maar wij Geloven het, dat je vertoeft, aan Gods' rechterhand.
© 29-10-2005: gedicht en fotografie: Daniel Du Four.
Mijn vissers en mijn zee.
Golfslag beukt in op 't staketsel.
't Wit schuimend zweet der zee
drijft op het wateroppervlak.
Onmenselijk, 't werken van 't getij.
Vloed, je begrijpt het niet. Al die
uren verloren werk. Werk om niets.
Na 't geweld keert toch de rust.
De deining ... zacht kreunend glijden van een
watervlak, alsmaar weer rimpelend overeen.
Rimpels van bejaardheid; levenstrekken
van oude grijsheid. Zoals de ouderlingen
filosofisch aan hun pijpje trekken
op het dorpsplein, ... zo wijst ons de
zwoele zee op kabbelende zomeravonden
de weg naar 't levensgeluk.
Een oude wijsheid zegt
dat het in zee vergane vissersleed,
zachtjes over stranden gleed,
't slameur der vissers klagend,
vertellend en soms vragend
naar de waarheid.
Waarom steekt een felle bries plots op ?
En gaan de stoerste barenbonken
vaak nog onder in het eeuwig sop ?
De zee beukt weer op dijken,
hamert haar wanhopige vragen in, en, ...
zonder antwoord, breekt de storm weer los.
Meeuwen willen het nog redden
en zeilen dichter landinwaarts,
scherend-zwevend over mensenvelden; gehaast
een schuilplaats zoekend aan een prachtige
duinenrand, of, hoog in de lucht,
eenzaam tussen wolkentorens.
Wat je ook zegt; hoe ik ook kijk;
aan je horizonten begrijp ik je niet.
Zeg, 't is alsof je klagend lied,
om bevrijding zoekt. Je weet het niet,
maar er is geen uitweg. Nooit zal er aan je
schuren van elk duinenland een einde komen.
Zachtjes of stormachtig...
Enkel mijn vissers trotseren mijn zee af en toe;
soms met hun karvelen spelend, verliezen ze koers.
Eén man over boord; meeuwen krijsen zijn klaaglied.
© 1974: gedicht: Daniel Du Four.
Anne-Laure.
Ons aller verdriet ligt dieper dan de oceaan;
Ons aller hart is vervuld van pijn om het gaan
van Anne-Laure, uw prachtig kind.
Met z'n allen hebben wij haar bemind.
Zij had ons nog zovéél te geven,
Zij kon nog zoveel jaren leven,
Maar nu is zij plots zomaar heen,
en laat ons in droefenis alleen.
Wij zullen elkaar troosten en bijstaan
voor dit veel te vroeg van ons heengaan.
Het was een blij en waardevol kind.
Met z'n allen hebben wij haar bemind.
Ons resten slechts de Aardse herinneringen;
Haar lieve lach; fijne en leuke dingen.
Nooit meer teder aanraken, of sterke handdruk.
Enkel het lot dat haar plots van ons wegrukt.
Aan de Overkant zien wij elkaar Ooit weer.
De ene moet vroeger, de andere een andere keer.
Dààr is er alléén Liefde, dààr voelt men géén pijn.
Maar waarom, moest het nu al, ons Anne-Laure zijn ?
Niemand heeft 't antwoord in zinnen van overvloed.
Wees niet opstandig of verbitterd; dat helpt niet goed.
Wees echter begripvol en liefdevol voor elkeen.
Want nu waakt Anne-Laure, voor ons alleen.
© 15-10-2005: gedicht: Daniel Du Four.
© Fotografie: fam. Vandepoele.
Werkelijkheid.
Welke witte wolken wekken blije gedachten
aan jou ?
Droeve droge dromen dralen in de verte ver van verdorde krachten
om jou ?
Welke woestijnen werden wakker
bij jou ?
Openden oeverloze opalen oasen die ruisende ranken rustig rijfden
voor jou ?
Sterke steunende stormen streven steeds hoger
naar jou ?
Wazig weldadig woekerende wensen wuiven de dromen dringend
naar werkelijkheid, naar JOU !
© 1976: gedicht: Daniel Du Four.
Frank.
We hadden al zovéél geweend, voordien ...
Maar nu stromen volop onze tranen,
Om het heengaan van een schijnbaar stoere mens,
Die voor velen niet alléén hun trouwe dokter was,
Maar ook een man van vlees en bloed.
We hoorden hem nooit ofte nimmer klagen...
Maar onze gedachten waren vààk bij hem,
Omdat we vonden dat hij toch ook kwetsbaar was,
Hoewel hij zijn pijn voor iedereen verbeet...
Doch stiekem hoopte haar alléén te kunnen dragen.
We kenden hem als een joviale man...
Die oog had voor groot en klein,
En tijd nam om er voor elkeen te zijn,
Waardoor hij zijn eigen levensritme opzij schoof;
En we hem nu met z'n allen zo erg missen.
We zullen je nooit vergeten, Frank;
Daarvoor heb je voor ons erg veel betekend.
Voor je gezin, voor je familie, voor hen die je dierbaar waren, ...
We zullen er altijd zijn, want we waren vrienden,
In goede en kwade dagen, Frank,
Zeggen we je, dank je, voor wie en wat je voor ons was.
© 18-07-2002: gedicht en schilderij: Daniel Du Four.
Liefje.
Onder duizenden ogen
zag ik jou plots
Mag ik in jou geloven
en wil je mij vertrouwen ?
Ja, ik voel me al trots
als ik van jou mag houden.
Van al mijn rozen
zie ik jou het liefst
Doet dit je blozen
of is dat jouw kleur ?
Ja, ik ben het die hier nies
om jouw prikkelende geur.
Uit honderden bloemen
plukte ik jou voor mij
Mag dit je roemen
of is dat jouw eenvoud ?
Ja, je trof mij met jouw schoonheid
ook dààrom hou ik van jou.
Tussen prachtige ruikers
zit jij, de mooiste
Haal ik jou eruit
en wil je mij minnen ?
Ja, ik verkoos je
en mijn hand wil trillen.
© 06-12-1980: gedicht Daniel Du Four.